- 0 +
vers

Calorieën kauwen

Tegenwoordig staat heel netjes op de verpakkingen vermeld wat er allemaal inzit. Bovenaan staan de calorieën vermeld.  Weten hoeveel calorieën ergens inzitten is voor veel mensen een basisvaardigheid geworden. Maar….de hoeveelheid calorieën, wat zegt dat eigenlijk?

 

Natuurkundig is het vrij eenvoudig. Volgens de definitie is één calorie de hoeveelheid energie die nodig is om één gram water één graad te verwarmen. Weet hoeveel je nodig hebt en zoek daar vervolgens de voeding met de juiste hoeveelheid calorieën bij en er zijn nooit meer problemen met overgewicht. Het lijkt te mooi om waar te zijn en dat is het ook.

 

Voedingskundig zit het nèt even wat moeilijker in elkaar. Voor het verteren van voedsel hebben we energie nodig. Hoe moeilijker te verteren, hoe meer energie het kost om de calorieën op te nemen. Ik zal een voorbeeld geven: van een appel moet je een stuk afbijten en goed kauwen. Dan slik je de hap door en worden de fijngekauwde cellen verder klein gemaakt tot de voedingsstoffen en energie vrijkomen die in de dunne darm worden opgenomen. Het bijten, kauwen en fijnmaken kost energie en niet alle calorieën komen vrij uit de appel. 

Neem je dezelfde hoeveelheid calorieën in de vorm van appelmoes dan hoef je niet te bijten en te kauwen. Door het tot moes koken zijn de cellen al fijn. Alle calorieën zijn beschikbaar om opgenomen te worden en ons lichaam hoeft daar niets voor te doen! Maximale opbrengst tegen minimale kosten. Het lijkt te mooi om waar te zijn en dat is het ook.

 

In onze maatschappij van overdaad heeft een maximale opbrengst tegen minimale kosten toch een prijs, namelijk overgewicht. Eén factor die daarbij een rol speelt is dat je door veel voorbewerkte voeding te nemen in korte tijd te veel calorieën binnen kunt krijgen. Hoe lekker het drinkontbijt, de vruchtensap en groentesmoothies ook zijn, het is slimmer om het ontbijt, groente en fruit te eten. Zie het als een soort sport en laat je lichaam weer werken. Kauw je eten!


maandag 9 januari 2017 14:36

Voortschrijdend inzicht

 

 

Niets is zeker, en zelfs dat niet, schreef Multatuli ooit. Ook de gezondheidzorg is doorlopend in beweging. Dat is nog wel eens verwarrend…

Zo moppert mevrouw de Groot, die tegenover mij zit:

‘Mijn oma. Ze was in de zeventig toen ze Diabetes kreeg. Dat heette toen nog gewoon ouderdomssuikerziekte. Ze mocht geen suiker. Dus jam op brood of een gebakje bij een verjaardag nam ze alleen als het speciaal voor diabetici was. En elk aardappeltje of stukje fruit moest ze afwegen.

Mijn moeder was net met pensioen, dus zal ze 65 zijn geweest, toen zij ouderdomssuiker kreeg. Het heette toen al Diabetes Mellitus type 2. Zij mocht wel suiker, maar juist geen vet. Een boterham met jam kon geen kwaad, maar de boterham met kaas kon alleen als het magere kaas was. Het strenge dieetadvies van haar moeder was achterhaald. De wetenschap had voor een nieuwe visie en dieetadvies gezorgd. De basis was eten volgens de richtlijnen Goede Voeding.

Ik ben net 50 en zit nu al met de ellende. Met mijn voorgeschiedenis dacht ik dat je me weinig nieuws meer kon vertellen over voeding bij diabetes. En nu vertel je mij dat ik, net als mijn oma, geen suiker meer mag hebben? Is dat niet een hopeloos ouderwets advies?’

 

Ik snap mevrouw de Groot wel. Dokters, diëtisten en andere hulpverleners presenteren hun adviezen als vaststaande waarheden. En dat zijn ze ook. Op het moment dat het advies wordt gegeven is dat het beste advies.

Maar in de gezondheidszorg is heel veel nog niet bekend. Er wordt doorlopend onderzoek gedaan. De resultaten van die onderzoeken leveren dan weer nieuwe inzichten op. Zoals het inzicht dat het oude advies bij Diabetes Mellitus zo gek nog niet was. Het beperken van de koolhydraten heeft het beste effect op bloedglucosewaarden.

Gelukkig hoeft mevrouw de Groot niet terug naar het dieet van haar oma. Zij eet al een heel eind in de goede richting als zij de producten laat staan die haar oma niet kende. Als zij water neemt in plaats van frisdrank, karnemelk in plaats van drinkyoghurt, een handje doppinda’s in plaats van chips en zelf sauzen zonder meel maakt voor gerechten. Als ik haar diverse menusuggesties geef, raakt ze enthousiast en gaat ze op onderzoek uit.  ‘Weet je dat zelfs in mayonaise uit de winkel suiker zit?’, roept ze verbaasd.  

Na een aantal weken zie ik mevrouw de Groot weer. Haar bloedglucosegehalte is weer normaal en ze vindt dat zij met het dieetadvies gevarieerd en lekker kan eten. ‘Ik hoop dat de wetenschap er nu wel uit is, hoor! Want dit advies bevalt me wel. Van mij hoeft er niets meer te veranderen’, grijnst ze.

Ik durf hier geen andere reactie op te geven dan: niets is zeker, en zelfs dat niet.

 

dinsdag 27 augustus 2013 15:48

Archie en ik.

 

 

De laatste tijd denk ik regelmatig aan Archie. De oerchagrijnige, politiek incorrecte pater familias van de familie Bunker uit de VPRO-serie ‘All in the family’. Wanneer zijn wereld niet klopte – en dat kwam regelmatig voor dankzij een progressieve dochter met ongeschikte schoonzoon en een in zijn ogen incompetente regering – brulde hij om zijn vrouw: ‘EDITH!’ Zij redderde en sloofde vervolgens nerveus om de harmonie in huize Bunker weer terug te brengen.

 

In de wereld van de diëtist is met ingang van het nieuwe jaar veel veranderd. Zo heeft onze minister van Volksgezondheid, Edith Schippers, in al haar wijsheid besloten om het dieetadvies uit de basisverzekering te halen. ‘Goede voeding’, zo laat zij weten,’is de eigen verantwoording van mensen’.  Zo op het eerste gezicht lijkt het heel redelijk en is er best wat voor te zeggen, toch?

 

Vanaf de werkvloer, ver verwijderd van minister Schippers, heb ik wel een paar kritiekpuntjes:

Zo zijn er heel veel mensen die graag hun eigen verantwoordelijkheid willen nemen, maar geen idee hebben wat voor hen goede voeding is. Het is ook niet makkelijk om een goede keus te maken door de niet aflatende stroom van allerlei nieuwe producten en tegenstrijdige berichten over voeding en gezondheidsclaims in de media.  Deze mensen voelen zich betrokken bij het maatschappelijke probleem van fors stijgende kosten voor de gezondheidszorg en willen graag gezond blijven. De minister is erg blij met deze houding, maar laat als dank deze mensen voor een dieetadvies betalen.

Ik vind dat niet kloppen.

Ook heeft de minister het verschil tussen voedingadvies en dieetadvies zomaar laten verdwijnen. Wanneer voeding een onderdeel van de behandeling van een aandoening is, is er sprake van dieetadvies. Ooit kreeg meneer de Groot, een man met chronische buikklachten en een gestoorde stoelgang, van de huisarts het advies veel te drinken en vezelrijk te eten. Meneer de Groot kende zijn eigen verantwoordelijkheid en ging minimaal 2 liter per dag drinken. Bij elke maaltijd nam hij rauwkost en fruit en at hij enkel volkoren producten. Verder deed hij door het nagerecht tarwezemelen. Jammer genoeg werden de klachten enkel erger. Gelukkig heb ik hem het juiste dieetadvies kunnen geven. Voor een goed dieetadvies op maat ga je nu eenmaal naar de diëtist. Die heeft als enige kennis van zaken. En is nu helaas niet meer voor iedereen bereikbaar vanwege de kosten.

Ik vind dat niet kloppen.

Niet ongevoelig voor kritiek besloot onze minister dat dieetadvies voor mensen met Diabetes, Cardio Vasculair Risico en COPD vanuit de ketenzorg kon worden vergoed. Patiënten met deze aandoeningen hoeven dan niet zelf of via de premie van een  aanvullende verzekering voor dieetadvies te betalen. Verwarring alom. Wordt dieetadvies nu wel of niet vergoed? Inmiddels kan ik als volleerd helpdeskmedewerker bij een ziektekostenverzekeraar aan de slag, want aan het uitzoeken van vergoeding en het uitleggen daarvan aan mijn patiënten besteed ik inmiddels bijna net zoveel tijd als aan het geven van dieetadvies.

Dat vind ik ook niet kloppen.

 

Ik heb gemerkt dat ik, net als Archie, chagrijnig word wanneer mijn wereld niet klopt. Eigenlijk heb ik zin om ook eens heel hard ‘EDITH’ te roepen.  Het lijkt mij fantastisch als onze minister dan nerveus gaat redderen en sloven om slecht doordachte veranderingen in de vergoeding van dieetadvisering weer terug te draaien.

Misschien moet ik het maar gewoon doen.

woensdag 4 januari 2012 15:21

Later.

 

Tegenover mij zat een ridder. Het zwaard lag op zijn benen en schommelde losjes mee met de bewegingen van de trein. In zijn handen hield hij het grootste ijsje dat hij had kunnen kiezen. Met een laagje chocolade en gekleurde spikkeltjes erop. Vol overgave zat hij eraan te likken. ‘Dit is het lekkerste ijsje dat ik in mijn hele leven heb gehad’, vertelde hij zijn moeder, die naast hem zat. ‘Als ik later zelf kinderen heb, geef ik ze elke dag zo’n ijsje’, deelde hij ook nog mee. ‘Krijgen ze dan nooit iets anders? Een dropveter of zoiets?’ vroeg zijn moeder. ‘Ja, die krijgen ze ook’, zei hij. ‘En poffertjes en likkoekjes’, ging hij door. ‘Nou, honger zullen ze niet krijgen. Maar het lijkt me niet erg gezond’, was het oordeel van zijn moeder. ‘Dat weet ik niet. Het is gewoon lekker’, beëindigde de ridder het gesprek. Hij concentreerde zich weer op zijn ijsje.

 

De term ‘gezond’ zegt je weinig als je zes jaar bent. Dan wil je groot worden, de wereld ontdekken, spelen en plezier hebben. Als je ziek bent of pijn hebt, zijn er je vader en moeder om te zorgen dat het overgaat. Tien jaar later waan je je onsterfelijk als je op een opgevoerde scooter, zonder helm door rood licht rijdt. En nog eens tien jaar verder weet je dat gezond iets belangrijks is, maar niet zo belangrijk als je carrière en de liefde. Gezond eten en bewegen doe je alleen als je het leuk vindt en er tijd voor hebt. Want het leven moet leuk blijven en morgen kun je onder de tram komen.

 

Onderzoekers van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam hebben een test ontwikkeld waarmee iemand al op jongvolwassen leeftijd kan zien of hij aanleg heeft voor het ontwikkelen van diabetes mellitus (= suikerziekte) op latere leeftijd. Door leefstijl aan te passen kan iemand het daadwerkelijk ontstaan van de ziekte uitstellen en misschien zelfs voorkomen.

 

Dat het technisch mogelijk is, is geweldig. Maar wat betekent zo’n test? In ‘Foto van vroeger’ zingt Rob de Nijs het mooi: ‘… de dood was zoiets als de poes van mijn grootje…’. Wil je deze test doen als je van dichtbij de verwoestende complicaties van diabetes hebt gezien omdat je oma de ziekte had?  Je oma was oud. Vroeger leefden ze heel anders. Jij bent jong en leeft al gezond. Maar misschien ben je niet zo zeker van jezelf of gewoon nieuwsgierig en laat je je testen. Dan moet je behoorlijk objectief en emotieloos in het leven staan. Want stel dat de uitslag positief is. Dan is het zorgeloze leven wel voorbij. Je haalt niet meer je schouders op bij een week lang groenteloze, vette kantinehappen omdat je vanwege piekdrukte op het werk geen tijd hebt om te koken.  Je gaat je schuldig voelen. Ga je met de situatie aan de slag door dagelijks een bakje rauwkost mee naar het werk te nemen? Of sus je je geweten met de blaadjes sla en uienringen die met de hamburger worden gegeten (heb ik toch wat groente gehad)? In het laatste geval levert de testuitslag geen gezondheidsverbetering op maar slechts frustratie.  

 

Alles weten maakt niet gelukkig. Dat maakt werken in de preventieve zorg zo moeilijk. Niet iedereen wil de feiten weten en niet iedereen kan met de feiten omgaan. Zeggen dat aanpassen van leefstijl nodig is omdat sommige gewoonten tot een ziekte kunnen lijden, is voor een flink aantal mensen net zo vaag als het belang van een goede pensioenregeling voor een twintiger in zijn eerst baan: het is heel belangrijk, maar voor later.

 

Een paar stations verder was het ijsje op en waren moeder en zoon op hun bestemming. Moeder en ik knikten vriendelijk ten afscheid. De ridder keek mij stoer aan, stak zijn hand op en zei: ‘Latuhrrrr’.

vrijdag 24 juni 2011 14:35

lekker eten

Mevrouw de Groot weet het zeker. Als ze, vanwege een dieet, op haar voeding moet gaan letten zal ze nóóit meer lekker kunnen eten. Mevrouw de Groot is niet de enige die er zo over denkt. Gezond eten kan niet lekker zijn. En een dieet volgen ‘is nuttig om een doel te bereiken, maar toch zeker niet om de rest van je leven te blijven volhouden.’

Het is uiteraard allemaal onzin. Natuurlijk kun je lekker eten als je, vanwege je gezondheid, volgens dieetrichtlijnen moet gaan eten. Je moet alleen weten hoe. Toch heb ik dit, in de jaren dat ik als diëtist aan het werk ben zo vaak gehoord, dat ik wel eens ben gaan twijfelen. Zouden mijn cliënten gelijk hebben? Kun je echt niet meer lekker eten als het gezond moet zijn? Waarom denkt iedereen dat toch?

Laat ik, om te beginnen, duidelijk verschil maken tussen de begrippen ‘lekker eten’ en ‘veel eten’. Voor veel mensen betekenen deze begrippen hetzelfde. Maar dat is niet zo. Een gehaktbal wordt niet lekkerder als je er drie van eet. De derde smaakt nog steeds net zo als de eerste. En als het om alcohol gaat is het zo dat je, naarmate je meer drinkt, onverschilliger wordt. De smaak doet er steeds minder toe. Zo bekeken is het derde biertje dus minder lekker dan het eerste!

‘Je kan het mooi vertellen’, schampert mevrouw de Groot. ‘Maar één klein blokje chocola is al doorgeslikt voor ik het goed heb geproefd. Dan heb ik van drie blokjes echt meer plezier, hoor!’

Ik leg haar uit dat je om te genieten niet veel eten hoeft te eten, maar de tijd moet nemen om het goed te proeven. Niet hap-slik-weg, maar zo’n blokje chocola langzaam op de tong laten smelten zodat alle smaakpapillen de zalige chocoladesensatie tot zich kunnen laten doordringen. Rustig eten en goed proeven zorgen ervoor dat je lekker eet.

Daarnaast is het makkelijker om lekker te eten als je smaak breed ontwikkeld is en je veel smaakcombinaties hebt leren eten. Aan zoet en vet is iedereen gewend. Moedermelk en flesvoeding zijn zoet en vet en als baby krijg je niet anders. Naarmate je ouder wordt komen er meer smaken bij. Iedereen kent ze wel, de filmpjes waarin een dreumes voor het eerst iets nieuws te eten krijgt. De gezichten die ze trekken laten zien dat smaakontwikkeling niet altijd even makkelijk en leuk is. Uiteindelijk raakt iedereen van de babymelk af want er zijn genoeg vette en zoete alternatieven: van een boterham met chocopasta tot een patatje mayo met cola. Maar waar zoet en vet voor een baby geen probleem zijn, hebben we bij het opgroeien en ouder worden meer variatie nodig. En dat smaakt anders. Zo leren we zout, zuur en bitter kennen en waarderen. ‘Over smaak valt niet te twisten’, zegt mevrouw de Groot beslist. Maar dat gaat alleen op wanneer je de vele verschillende smaakcombinaties hebt leren eten. Iemand die alleen voor zoet en vet kiest, heeft onvoldoende smaak om over te kunnen twisten.

Om lekker te eten is verder enige nieuwsgierigheid wel handig. Jonge kinderen zijn van nature nieuwsgierig. Zij willen net als de grote mensen zijn en eten wat zij eten. Maar eenmaal volwassen blijven er altijd nieuwe smaakcombinaties te ontdekken. Zo kun je op vakantie in een ver land kennismaken met de plaatselijke keuken, nieuwe recepten uit een culinair tijdschrift proberen of je laten verrassen door een meesterchef à la Jonnie Boer.

‘Wees nieuwsgierig en probeer open te staan’, raad ik mevrouw de Groot aan. ‘Ga op zoek naar andere producten en ingrediënten en naar andere manieren van bereiden. U zal ontdekken dat u ook binnen de dieetrichtlijnen heel lekker kunt eten.’ Samen nemen we haar favoriete gerechten door en passen die aan haar dieetrichtlijnen aan. Ook geef ik haar wat tips en recepten mee om thuis mee aan de slag te gaan.

‘En?’, vraag ik het volgende consult. Ze grijnst tevreden: ‘Het gaat goed met me. De huisarts is ook tevreden en we hebben de afgelopen tijd heerlijk gegeten!’

zondag 28 november 2010 12:59

Het gebit van Kees

Je ziet het steeds meer. Het lijkt een echte trend te worden. Mensen die hun gebit laten bleken. Zodra de lippen een fractie uit elkaar gaan word je getroffen door een felle lichtstraal. Die is niet afkomstig van die enge xenonkoplampen maar van een, bijna net zo enge, oogverblindend witte rij tanden. Vaak is het, in het gemiddelde gezicht, niet om aan te zien. Want dat gezicht bevat geen harde, felle kleuren.  Het haar is onbestemd bruin, de huid dofbleek en de ogen zijn van een vage grijsachtig-groene blauwkleur. Deze onduidelijke uiterlijke verpakking verbergt dan die rij witter-dan-witte tanden. De persoon in kwestie schijnt er baat bij te hebben en er gelukkiger van te worden. Dat wordt ons tenminste in reclame en make-over programma’s voorgehouden. Maar ik vind het gewoon niet passen. Doe mij maar Kees. Kees Driehuis. Met een ouderwets gewoon – niet bepaald wit – gebit wekt hij niet de indruk ongelukkig te zijn. Hij blijft tenminste nog steeds ongegeneerd lachen. Ook heeft hij, ondanks de kleur van zijn gebit, een leuke carrière kunnen opbouwen in televisieland. Het valt dus wel mee met de invloed die de kleur van het gebit heeft. Toch dreigt de kleur belangrijker te worden dan de gezondheid van het gebit. Daar wordt erg weinig aandacht aan besteed. Met twee keer per dag poetsen en een de halfjaarlijkse controle bij de tandarts hebben we de zorg voor onze tanden in de meeste gevallen wel gehad. Dat je met voeding ook een bijdrage aan een gezond gebit kan leveren, is niet iets waar wij ons mee bezig houden. En dat is jammer want voeding en mond kunnen samen voor iets moois zorgen: een goede gezondheid en een gaaf gebit.

 

De vezels uit groente, fruit en brood functioneren als tandenborstels en poetsen het gebit. Je moet er in bijten en op kauwen, dat houdt het gebit in conditie. Geen sap, pap, moes, muesli in yoghurt, fruit-today en drinkontbijt. Nee, het beste is om gewoon de kaken te laten malen.

Zuurvorming kun je beter zo veel mogelijk vermijden. Zuren zijn minder gezond. Ze tasten het tandglazuur aan en veroorzaken zo tanderosie. Ze worden gevormd uit suiker. Denk niet alleen aan de producten waar suiker aan wordt toegevoegd (koekjes), maar ook aan producten waar het van nature in zit (fructose ofwel vruchtensuiker in fruit en vruchtensap). Naast suiker zorgt ook koolzuur voor tanderosie. Het heeft daarom niet veel zin om frisdrank met suiker te vervangen door de light versie. Bruisend bronwater bevat ook koolzuur. Dus ook veel bronwater drinken tast je gebit aan!

De hele dag door eten en drinken betekent de hele dag door zuurvorming die het gebit aantast.

Voor een gezond gebit eet en drink je daarom op maximaal 6 momenten per dag, neem je voldoende voedingsvezel uit brood, groente en fruit en laat je frisdranken, ook de light versie, staan.

 

Een goede mondgezondheid heeft niet allen effect in de mond. Wanneer je de tijd neemt om goed te kauwen, krijgen enzymen die in het speeksel zitten de tijd om op het voedsel in te werken. Iedereen weet bijvoorbeeld wel dat brood zoet gaat smaken als je er lang op kauwt. Dat komt omdat het zetmeel wordt  omgezet in suiker. Een goede spijsvertering begint in de mond. Wanneer het eten goed is fijngemaakt door het gebit en de enzymen uit het speeksel goed hebben kunnen inwerken, kan de voeding ook in de rest van het maag-darmkanaal optimaal worden verteerd.

 

Laten we met zijn allen goed kauwen op echt, puur voedsel. Het vraagt tijd en energie, maar levert je een gaaf gebit op en je voelt je er goed bij. En laten we ons vooral niet van de wijs brengen als de tanden niet oogverblindend wit zijn.  Wat kan het schelen: blijf, net als Kees, gewoon lachen.

woensdag 15 september 2010 19:27

Tien

Er komen eigenlijk alleen clichés bij me op. Zoals: time flies when you’re having fun. Of: wat is 10 jaar op een mensenleven? Clichés kloppen, daarom zijn het clichés. De afgelopen 10 jaren waren leuk, zijn omgevlogen en stellen nog niet zoveel voor, qua duur bedoel ik. Toch is het een moment om stil te staan en terug te kijken. Met gepaste trots. Want ik ben trots op mijn diëtistenpraktijk.

In 2000 begon ik met één cliënt. Begeleiding door de vrij gevestigde diëtist werd niet vergoed. Huisartsen waren wat terughoudend met verwijzen, hadden de neiging om voor de cliënten te beslissen over de financiële haalbaarheid van begeleiding door mij. Begeleiding door ziekenhuisdiëtisten of Thuiszorgcollega’s werd wel vergoed, dus waarom cliënten op kosten jagen. Dan waren er nog mensen die het idee hadden dat mijn begeleiding vast van mindere kwaliteit moest zijn. Anders werd het wel vergoed, toch? En wat deed een diëtist eigenlijk? Iedereen wist toch zelf wel wat gezond eten was. Om af te vallen hoef je immers alleen maar minder te eten. Daar heb je toch geen diëtist voor nodig? Osteoporose, COPD, te hoge bloeddruk? Daar zijn medicijnen voor. Dat is makkelijker dan eetgewoonten aanpassen.

Tegen deze stroom in kreeg ik, heel langzaam maar gestaag, steeds meer cliënten. Met dank aan Loes, Louis, Metta en Bert, die vertrouwen in mij hadden. Flexibiliteit, persoonlijke begeleiding op maat. Het is altijd erg op prijs gesteld. Net als het feit dat ik in kleine dorpen spreekuur had. Bij de mensen in de buurt. Uiteindelijk bleek er geen acquisitie, advertentie of wat voor marketingstrategie dan ook, op te kunnen tegen de aloude mond-tot-mondreclame.

Één cliënt werd één goed gevuld spreekuur; werd twee locaties en toen drie. Mensen zijn nog steeds mensen, daar verandert niet zoveel aan. De individuele begeleiding is dan ook hetzelfde gebleven: goed luisteren en samen met de cliënt uitzoeken op welke manier de meest actuele dieetrichtlijnen in het dagelijks leven toegepast kunnen worden. Heel boeiend werk dat veel voldoening geeft. De gezondheidszorg veranderde echter wel. Ook begeleiding door de vrijgevestigde diëtist werd na verloop van tijd vergoed. Eerst vanuit de AWBZ, later door de zorgverzekeraar. Het onderscheid ziekenfonds en particulier verdween. Daar kwam de basisverzekering voor elke Nederlander voor in de plaats, met de mogelijkheid om je voor meer zorg via de aanvullende verzekering te verzekeren. Voor mij, als diëtist, kwam er een extra dimensie bij: het onderhandelen met zorgverzekeraars over contracten. Diploma’s, regelmatige bijscholingen en jaren werkervaring bleken niet zonder meer voldoende. Het kwaliteitsregister paramedici werd opgericht. Soms leek het wel of al mijn tijd in beslag werd genomen door al die veranderingen en bij tijd en wijle raakte ik flink onzeker over mijn functioneren. Was ik op de goede manier bezig? Inmiddels ben ik aardig gewend aan de onrust in de gezondheidszorg. De tijd die opgaat aan administratieve verplichtingen en veranderingen is weer in balans met datgene wat ik als het belangrijkste deel van mijn werk beschouw: individuele dieetbegeleiding. Uiteindelijk is dat de kern van mijn bedrijf en -niet te vergeten- het leukste werk dat er is. Met plezier kijk ik dan ook uit naar de komende tien jaar!!!!

vrijdag 9 april 2010 11:57

Timemanagement

Meteen toen ik opkeek van mijn boodschappenkarretje had ik spijt. Want ik keek recht in het gezicht van één van mijn cliënten, die een eindje verderop in het winkelpad stond. Met een blij gezicht kwam mevrouw de Groot enthousiast op mij af. Ik zuchtte en wachtte gelaten op wat komen ging. Belangstellend keek ze in mijn karretje. ‘Zeg, mag jij dat wel hebben?’, grijnsde ze naar mij. Ik gaf een vaag, algemeen en niet ter zake doend antwoord en bereidde mij voor op de tweede vraag. ‘Nu ik je toch zie’, zei ze, ’kun jij me mooi even helpen. Welke zijn in mijn geval nou het beste?’ Ze hield 2 pakken ontbijtbiscuits omhoog.

 

Dit was een belangrijk moment. Als ik nu niet op de juiste manier zou reageren, zou ik in mijn vrije tijd zo een uur kwijt zijn met het doen van de boodschappen van mijn cliënt.

In het boek ‘De verbouwing’ van Saskia Noort wordt het een barconsult genoemd. Artsen, fysiotherapeuten, diëtisten en meer hulpverleners worden regelmatig in hun vrije tijd om advies gevraagd. Een bevriende huisarts vertelde mij eens hoe hij met dit fenomeen omgaat. In de pauze van een toneelstuk kwam hij, in de foyer van het theater, eens een patiënt tegen. De beste man gaf totaal geen aandacht aan het gezelschap van zijn huisarts en was ook niet geïnteresseerd in zijn mening over het toneelstuk. Hij schurkte, met een glas wijn in de hand, tegen zijn huisarts aan en vertelde op vertrouwelijke toon dat hij de laatste tijd een nare druk wat laag op de borst voelde. Moest hij zich zorgen maken? Kon de huisarts hem zeggen wat het kon zijn? De arts keek bedachtzaam en streek eens langs zijn kin. ‘Tja, dat kan ik niet zomaar zeggen. Kleed u zich maar even uit.’ Geschrokken keek de man om zich heen en liet zijn blik door de overvolle foyer gaan. ‘Hier, bedoelt u?’, wilde hij weten? ‘U vraagt het mij toch ook hier?’, antwoordde mijn vriend minzaam. ‘Als  u het niet prettig vindt om zich hier uit te kleden, dan kunt u beter morgenvroeg de assistente bellen om een afspraak te maken. In de praktijk heb ik alle spullen bij de hand en kunnen we het er in alle rust nog eens over hebben.’ De man was lichtelijk uit het veld geslagen. Maar hij snapte de boodschap, hield de eer aan zichzelf en keerde bulderend lachend weer terug naar zijn eigen gezelschap.

Ik kan dat niet zeggen. Diëtisten vragen mensen niet om zich uit te kleden. Dat is ongewenste intimiteit en daar houd ik mij verre van.  Zonder deze briljante truc van mijn vriend valt het nog niet mee om een barconsult tot een goed einde te brengen. Direct zeggen dat ik niet aan het werk ben? Effectief, maar de maatschappij is al zo direct en onvriendelijk. Laat ik daar niet aan bijdragen.

Een uitvlucht – geen tijd, druk, druk, druk – is makkelijk, maar ook erg doorzichtig. Ik respecteer mijn cliënten. Zij horen zich niet afgescheept te voelen. Dat is slecht voor mijn relatie met de cliënt en ook voor mijn reputatie.

Dan is er nog de jaren-70-methode, waarbij je aan de cliënt vraagt wat hij of zij er zelf van denkt. Persoonlijk heb ik, als hulpvrager, een enorme hekel aan deze methode. Daarom gebruik ik hem als hulpverlener liever niet. Bovendien biedt deze methode de mogelijkheid voor discussie. En ik wilde alleen maar even snel boodschappen doen.

 

‘Mevrouw de Groot’, zeg ik, ‘koop een brood. Dat is gezond, goedkoop en meer ontspannen.’ Verward kijkt ze me aan. ‘Meer ontspannen?’ ‘Jazeker, u kunt zich ontspannen omdat u geen keuze hoeft te maken tussen de ontbijtbiscuits. En ik kan snel mijn boodschappen doen en mij daarna gaan ontspannen op mijn vrije dag.  

Breed grijnzend liep ze naar de afdeling Brood & Banket.

 

vrijdag 19 februari 2010 16:04

Groen

Waarom groen? Groen is een mooie, rustige kleur. Het is de kleur van de natuur, de lente en het leven. Een kleur van veiligheid ook. Denk maar aan veilig over kunnen steken als het stoplicht op groen staat. Groen geeft een goed gevoel  en slimme marketeers hebben het inmiddels tot een toverwoord gemaakt. Groen is in , groen is hot, groen is GROEN! geworden.

Producten die goed zijn voor onze gezondheid, de natuur en het milieu hebben allemaal een min of meer groen keurmerk. Het A-label voor energiezuinige apparatuur, auto’s en huizen; het groene vinkje van het ‘Ik-eet-bewust’ logo. Er zijn er inmiddels zoveel van dat je door de groene bomen het groene bos bijna niet meer kan zien.

 

Je kon er op wachten: ook op het gebied van voeding is er veel aandacht voor groen. Maar alle aandacht gaat vooral naar de kracht van het toverwoord groen. Puur natuur moet het zijn, zongerijpt en boordevol natuurlijke ingrediënten die goed zijn voor de gezondheid en het milieu niet belasten. Dat verkoopt het beste.

Neem maar van mij aan dat, zolang fabrikanten iets produceren, het belastend is voor het milieu. Het kost energie om te produceren en te verpakken. Ook de productie van het verpakkingsmateriaal kost energie. De meeste ‘natuurlijke’ ingrediënten komen niet uit de natuur maar worden nagemaakt om de eenvoudige reden dat de vraag veel groter is dan de natuur kan produceren.

Het GROEN uit de commercials is iets om goed over na te denken en niet meteen te geloven. Voor het leren hoe we gezond en groen kunnen eten hebben we geen marketeers nodig. Een goed gesprek met onze grootmoeders brengt ons al een heel eind in de goede richting. Gezondheid was er immers al lang voor de industriële revolutie of marketeers bestonden. Wat goede communicatie- technieken zijn en hoe we iets onder de aandacht moeten brengen, dat kunnen marketeers ons wèl leren.

 

Want het echte groen kan wel wat aandacht gebruiken. Over groen als de mooie, rustige kleur van de natuur, over groen als groente hoor je weinig. Te weinig. Het is mij een raadsel waarom. Want groente is heel betaalbaar, overal verkrijgbaar, lekker en goed voor de gezondheid. Toch wordt er steeds minder van gegeten. Er zijn zelfs kinderen die minder dan één keer per week  groente eten. Onvoorstelbaar! Die kinderen groeien op met een gebrek aan de voedingsstoffen die groente leveren en daar krijgen ze op latere leeftijd de rekening van. Naast al die gezonde voedingsstoffen missen ze ook nog de verscheidenheid aan smaken die er zijn en het plezier van gevarieerd eten. Jammer!!! Ik vind dat we daar met zijn allen iets aan moeten doen.

Groenteboeren, koop massaal reclamezendtijd in en prijs jullie heerlijke groenten aan!

Inkopers van supermarkten, maak van groente ook eens een kiloknaller!

Jonge ouders, eet zelf je groente met smaak en leer de kinderen het ook te eten!

Rauw, gekookt, gewokt, je kunt met groente alle kanten op. Tijdschriften, kookboeken en het internet bieden een schat aan overheerlijke mogelijkheden. Maak er gebruik van.

 

Wie echt groen wil doen, eet groente. Het produceren ervan kost minder energie en ruimte dan vleesproductie. Het is puur natuur en wie zich zorgen maakt over eventuele kunstmest en bestrijdingsmiddelen kan terecht bij de natuurvoedingswinkel of groente uit eigen tuin eten (wat pas écht lekker smaakt). Groenten zijn, met veel voedingsstoffen en weinig energie, ook heel gezond. Maak daarom één keer per dag de helft van je bord groen. Met sla, spinazie, sperzieboontjes, broccoli, spruitjes, groene kool, prei, andijvie, boerenkool, en nog veel meer groenten. En vooruit, een ander kleurtje, van bijvoorbeeld worteltjes, bloemkool of rode bieten, mag ook wel eens een keer.

zondag 10 januari 2010 18:19
zaterdag 5 december 2009 12:19

De donkere gezichten voor kerst

Tegen het einde van het jaar zie ik steeds meer treurige gezichten op mijn spreekuur. De donkere gezichten voor kerst, noem ik ze. Niks kan, niks mag en het gaat toch allemaal niet lukken, laten die gezichten mij meestal wanhopig en soms ook wel licht rebels weten. Het is in het dagelijks leven al moeilijk genoeg om volgens dieetrichtlijnen te eten. Maar met een vast eetpatroon in het dagelijks ritme, lukt het de meeste mensen toch aardig om gewicht te beheersen, een goede bloeddruk te bereiken en bloedwaarden binnen te juiste grenzen te houden.

Alleen is er dan aan het eind van het jaar altijd weer die decembermaand, die er voor zorgt dat alles wat in het afgelopen jaar met veel moeite bereikt is, voor niets is geweest. Alle resultaat verdwijnt in chocoladeletters, kerstkransen en oliebollen overgoten met drank en aangevuld met overvloedige diners.

 

December hoeft echter geen ‘highway to disaster’ te zijn. Zorg voor een goede voorbereiding; maak een plan. Een goed plan bestaat uit 2 delen: het praktische deel en het sociale deel.

Begin met het praktische deel, dat is het makkelijkst. In dit deel maak je voor jezelf helder wat en hoeveel je wilt eten. Bedenk waar je de feestdagen doorbrengt en wie voor het eten zorgt. Als jij dat bent, maak je een boodschappenlijstje dat ook rekening houdt met jouw dieetrichtlijnen. Koop daarnaast niet te veel in. Dat is niet alleen handig om de kosten in de hand te houden, wat in deze tijden van crisis belangrijk kan zijn, maar het voorkomt ook dat je nog lang na de feestdagen restanten eet. Er zijn uiteindelijk maar 4 feestdagen: pakjesavond, 2 kerstdagen en oudejaarsavond. Eet op de andere dagen volgens het vaste dagelijks ritme, net als je de rest van het jaar doet.

 

Het sociale deel is moeilijker. Sommige mensen zijn nogal egocentrisch in hun gastvrijheid. Hoe weiger je dan de zelfgemaakte hapjes van een opdringerige schoonzus. En wat zeg je tegen die oom, die ongevraagd je wijnglas bijvult? Want botweg nee zeggen en dit blijven herhalen kan de vredige sfeer grondig bederven: schoonzus in tranen en een oom die rood aangelopen een tirade begint over gezellig samenzijn en spelbrekers. Voor je het weet raken familieverhoudingen voor jaren verstoord. Daar zit, behalve de programmamakers van ‘het familiediner’, niemand op te wachten.

Zeg in elk geval nooit: ‘dat mag ik niet hebben.’ Want het allerbelangrijkste is om het in gezelschap niet over jouw dieet en gezondheid te hebben. Als je dat doet, weet je zeker dat iedereen jouw eetgewoonten gaat bespreken. Collectieve bemoeizucht met opmerkingen als: ‘dat heb jij toch niet nodig’, ‘die ene keer kan toch geen kwaad’ en ‘mijn vader/vriendin/collega volgt hetzelfde dieet en die neemt het wel’ zullen wel bekend in de oren klinken.

Weiger subtiel en onopvallend. Een glas in de hand wordt niet zomaar bijgevuld. Laat op je schoteltje een hapje of stukje gebak liggen en weiger met: nee dank je, ik heb nog. Om je eigen keuzes te kunnen maken en zo je plan te kunnen volgen, bereik je met dergelijke vriendelijkheid je doel en blijft de sfeer vrolijk en licht.

 

Ik pleit voor licht in de laatste dagen van het jaar. Het licht van mooi verlichte kerstbomen met schitterende versiering. De zonnige, blije gezichten van aangenaam gezelschap. Het licht van het glinsterende servies op de prachtig gedekte tafel. De glanzende stoffen van de feestkledij. En vooral de lichtheid van het gemoed; van geen zorgen maken maar genieten. Ook van het eten. Want het zijn FEESTdagen. Maak er een mooie tijd van!!!

zaterdag 5 december 2009 12:19

over laf en lef

 

Vraag iemand hoeveel zout hij gebruikt en het antwoord is: weinig. Toch krijgen we er, in onze westerse samenleving, teveel van binnen en dat draagt bij aan een hoge bloeddruk. Meer dan 6 gram per dag is voldoende. 

Van mij een paar tips om zoutgebruik te beperken en toch smakelijk te blijven eten.

  • Lees etiketten. Op etiketten staat meestal natrium aangegeven i.p.v. keukenzout. Dat betekent omrekenen: 1 gram keukenzout = 400 mg. natrium.
  • Voedsel uit pakjes, zakjes, potjes en blik bevat veel zout. Denk dan bijvoorbeeld aan soepen, sauzen en smaakmakers (aromat, juspoeder, mixen voor macaroni, bami, e.d.; wereldgerechten, aardappel anders, enzovoorts)
  • Ook in kant-en-klaar producten zit veel zout. Laat de kant-en-klaar-maaltijden en -pizza’s liever staan.
  • Proef het eten eerst. Vaak gaat zout of aromat al standaard over het eten.
  • Kook groente kort, eet groente rauw of wok groente.
  • Gebruik alternatieven als ui, prei, knoflook, bieslook, tomaten, kruiden en specerijen om gerechten op smaak te brengen.
  • Eet niet alle boterhammen met kaas en/of vleeswaren, maar wissel hartig broodbeleg af met zoet broodbeleg.
  • Producten met zoethout (bijvoorbeeld drop en zoethoutthee) bevatten geen zout maar werken wel bloeddruk verhogend.

Geen zout toevoegen betekent niet laf eten, maar lef hebben.

Wees creatief en experimenteer!

zondag 26 april 2009 20:21

Smakelijk eten!

 

Eten volgens de schijf van 5 levert alle voedingsstoffen die nodig zijn voor een goede gezondheid. Maar gevarieerd eten lijkt makkelijker dan het is. Hoe vaak hoor je niet:

            Ik lust geen vis, dat vind ik vies;

            Groente eet hij niet, geen enkele;

            Melk lust ik niet hoor, ook geen karnemelk.

Dit is geen kwestie van smaak. Immers: worteltjes smaken heel anders dan spruitjes; haring en makreel smaken heel verschillend en melk is meer zoet terwijl karnemelk zuur is.

Bij een goede gezondheid hoort een goed ontwikkelde smaak.

Dit betekent:

Van jongs af aan de smaak ontwikkelen. Uit onderzoek is gebleken dat de kinderen van moeders die tijdens de zwangerschap gevarieerd eten, makkelijker aan verschillende smaken wennen. De eerste keer een vies gezicht is vaak schrik. Geen paniek, probeer het op een ander moment nog een keer. Uw kind went zo aan verschillende smaken en leert gevarieerd eten.

Het kost tijd en soms lijkt het allemaal geen zin te hebben. Maar houd vol: de meeste kinderen hebben tegen de tijd dat ze 16 jaar zijn geen problemen meer met de bittere smaak….van bier. Dan mag de bittere smaak van spruitjes eigenlijk ook geen probleem meer zijn!!!

zaterdag 7 februari 2009 14:39