Waarom groen? Groen is een mooie, rustige kleur. Het is de kleur van de natuur, de lente en het leven. Een kleur van veiligheid ook. Denk maar aan veilig over kunnen steken als het stoplicht op groen staat. Groen geeft een goed gevoel en slimme marketeers hebben het inmiddels tot een toverwoord gemaakt. Groen is in , groen is hot, groen is GROEN! geworden.
Producten die goed zijn voor onze gezondheid, de natuur en het milieu hebben allemaal een min of meer groen keurmerk. Het A-label voor energiezuinige apparatuur, auto’s en huizen; het groene vinkje van het ‘Ik-eet-bewust’ logo. Er zijn er inmiddels zoveel van dat je door de groene bomen het groene bos bijna niet meer kan zien.
Je kon er op wachten: ook op het gebied van voeding is er veel aandacht voor groen. Maar alle aandacht gaat vooral naar de kracht van het toverwoord groen. Puur natuur moet het zijn, zongerijpt en boordevol natuurlijke ingrediënten die goed zijn voor de gezondheid en het milieu niet belasten. Dat verkoopt het beste.
Neem maar van mij aan dat, zolang fabrikanten iets produceren, het belastend is voor het milieu. Het kost energie om te produceren en te verpakken. Ook de productie van het verpakkingsmateriaal kost energie. De meeste ‘natuurlijke’ ingrediënten komen niet uit de natuur maar worden nagemaakt om de eenvoudige reden dat de vraag veel groter is dan de natuur kan produceren.
Het GROEN uit de commercials is iets om goed over na te denken en niet meteen te geloven. Voor het leren hoe we gezond en groen kunnen eten hebben we geen marketeers nodig. Een goed gesprek met onze grootmoeders brengt ons al een heel eind in de goede richting. Gezondheid was er immers al lang voor de industriële revolutie of marketeers bestonden. Wat goede communicatie- technieken zijn en hoe we iets onder de aandacht moeten brengen, dat kunnen marketeers ons wèl leren.
Want het echte groen kan wel wat aandacht gebruiken. Over groen als de mooie, rustige kleur van de natuur, over groen als groente hoor je weinig. Te weinig. Het is mij een raadsel waarom. Want groente is heel betaalbaar, overal verkrijgbaar, lekker en goed voor de gezondheid. Toch wordt er steeds minder van gegeten. Er zijn zelfs kinderen die minder dan één keer per week groente eten. Onvoorstelbaar! Die kinderen groeien op met een gebrek aan de voedingsstoffen die groente leveren en daar krijgen ze op latere leeftijd de rekening van. Naast al die gezonde voedingsstoffen missen ze ook nog de verscheidenheid aan smaken die er zijn en het plezier van gevarieerd eten. Jammer!!! Ik vind dat we daar met zijn allen iets aan moeten doen.
Groenteboeren, koop massaal reclamezendtijd in en prijs jullie heerlijke groenten aan!
Inkopers van supermarkten, maak van groente ook eens een kiloknaller!
Jonge ouders, eet zelf je groente met smaak en leer de kinderen het ook te eten!
Rauw, gekookt, gewokt, je kunt met groente alle kanten op. Tijdschriften, kookboeken en het internet bieden een schat aan overheerlijke mogelijkheden. Maak er gebruik van.
Wie echt groen wil doen, eet groente. Het produceren ervan kost minder energie en ruimte dan vleesproductie. Het is puur natuur en wie zich zorgen maakt over eventuele kunstmest en bestrijdingsmiddelen kan terecht bij de natuurvoedingswinkel of groente uit eigen tuin eten (wat pas écht lekker smaakt). Groenten zijn, met veel voedingsstoffen en weinig energie, ook heel gezond. Maak daarom één keer per dag de helft van je bord groen. Met sla, spinazie, sperzieboontjes, broccoli, spruitjes, groene kool, prei, andijvie, boerenkool, en nog veel meer groenten. En vooruit, een ander kleurtje, van bijvoorbeeld worteltjes, bloemkool of rode bieten, mag ook wel eens een keer.